Posted by: proregno | September 5, 2011

EUGENE A. NIDA SE VERTAALMETODE

Die vader van die dinamies-ekwivalente vertaalmetode [afkorting: DEV], dr. Eugene A. Nida, is oorlede op 25 Augustus 2011.  Sien die artikel daaroor in Christianity Today:

Eugene Nida, Who Revolutionized Bible Translations, Dead at 96

Die artikel som Nida se vertaalmetode (wat onderliggend is aan omtrent alle moderne vertalings, soos bv die NIV en die NAV) soos volg op:

Dynamic equivalence translation (a phrase which Nida coined) is a “meaning-based” approach to biblical translation; it focuses on translating “thought-for-thought” rather than “word-for-word.” In a 2002 interview with Christianity Today, Nida said that this shift in translation was his most important contribution: “To help people be willing to say what the text means—not what the words are, but what the text means.” 

In Nida se standaardboek oor die onderwerp, In Theory and Practice of Translation, wys hy ook daarop dat die fokus moet verskuif van die Teks na die ontvanger, d.w.s. die leser, en die leser se verstaan van die Teks:

The new focus, however, has shifted from the form of the message to the response of the receptor. Therefore, what one must determine is the response of the receptor to the translated message. This response must then be compared with the way in which the original receptors presumably reacted to the message when it was given in its original setting …. Correctness [of a translation] must be determined by the extent to which the average reader for which a translation is intended will be likely to understand it correctly. Moreover, we are not concerned merely with the possibility of his understanding correctly, but with the overwhelming likelihood of it. In other words, we are not content merely to translate so that the average receptor is likely to understand the message; rather we aim to make certain that such a person is very unlikely to misunderstand it.”

“To measure dynamic equivalence we can only rightly compare the equivalence of response, rather than the degree of agreement between the original source and the later receptors, for we cannot presume that the source was writing for this “unknown audience.”

“Dynamie equivalence is therefore to be denned in terms of the degree to which the receptors of the message in the receptor language respond to it in substantially the same manner as the receptors in the source language.”[1]

Die DEV het ook die basis gevorm van die Nuwe Afrikaanse Vertaling (1983). E.J. Smit gee ‘n samevatting hoe dit plaasgevind het in Suid-Afrika:

“So het God ook die vertalingseminaar van 1968 gegee. ’n Aantal geleerdes op die gebied van die Teologie en die Bybelse tale het in Pretoria bymekaargekom as opvolging van ’n kursus wat reeds vroeër plaasgevind het, om ’n seminaar oor Bybelvertaling by te woon onder die inspirerende leiding van die Amerikaanse geleerde, dr. Eugene Nida. Aan die einde van die seminaar is die oortuiging met oorgawe bevestig dat die tyd aangebreek het vir ’n nuwe vertaling van die Bybel in Afrikaans.

By hierdie seminaar was die meeste manne teenwoordig wat later ’n leidende rol sou speel in die nuwe vertaling van die Bybel in Afrikaans. Dit was nie net blote entoesiasme wat hier opgewek is nie, dit was meer as dit. Dit was ’n begeerte om diensbaar te wees aan die Koning van die konings, ’n drang om uiting te gee aan die innerlike werking van die Gees, ’n begeestering om die behoefe aan beter verstaan van die Skrif tegemoet te kom. Woorde soos “’n verstaanbare vertaling”, “vermyding van teologies-tegniese, tradisioneel-kerklike begrippe, hoogdrawendheid en letterlikheid”, “lang sinne moet opgebreek word in korter sinne”, “eksplisietmaking van dit wat implisiet in die teks is” (GKSA, 1973, 541), gee die gedagtes weer van die manne wat hierdie besluit geneem het.

In 1970 het die Sinode van die Gereformeerde Kerk in Suid-Afrika besluit dat daar van die Gereformeerde Kerk se kant ook saamgewerk moet word aan die nuwe Bybelvertaling. Weliswaar het die Sinode oor enkele besonderhede anders gevoel as die manne van die Vertalerseminaar. Die besluit van die Sinode (GKSA, 1973:541) lui soos volg: “As riglyn vir die vertaling besluit die Sinode dat die vertaling so verstaanbaar moontlik moet wees, ook vir die jongmense, maar elke oorspronklike koloriet moet so ver moontlik behou word, met beklemtoning van die waardigheid van die vertaling. Vertaling is geen parafrase (omskrywing) nie — dit is dis werk van kommentatore.”

Veral die begrippe “koroliet” (d.w.s. ’n vertaling in die egte Bybelse, kultuurhistoriese kleur), “waardigheid” en “geen parafrase” (d.w.s. geen verklarende omskrywing nie) sou later in gesprekke, verslae en selfs as agtergrond in die optrede van vertalers ’n rol speel.”[2]

Hier is ‘n paar aanhalings uit verskillende bronne wat krities is oor die DEV, met ‘n paar van my eie opmerkings daarna:

1. Dr Jacob van Bruggen[3]

De visie die besloten ligt in de theorie van dynamische gelijkwaardigheid (DEV-slc) hangt samen met een beschouwing van God, mens en wereld, die nauw aansluit bij moderne wijsbegeerte en daarop gebaseerde wetenschappen.”

“Het lijkt eerbiedig om te zeggen dat onze menselijke taal te klein en te nauw is om er eeuwige, absolute en goddelijke waarheden in door te geven. Maar het is in feite oneerbiedig. Alsof de Here God de mens bij de schepping naar Gods beeld te klein had uitgevoerd om hem nog de waarheid mee te delen. En alsof de Schepper niet in staat zou zijn de mens bij de schepping een taalvermogen te geven dat wel naar menselijke maat is gemaakt, maar dat toch groot genoeg is om er zijn Schepper naar waarheid mee te belijden. God is in zijn majesteit wel oneindig veel groter en hoger en machtiger dan de mens, maar het is niet zo dat Hij de mens voor het waarnemen en horen van zijn deugden heeft afgesloten door hem op te sluiten in cultuurgebondenheid.

Wanneer de mens zichzelf als een egel oprolt in zijn eigen wereldje, zal het inderdaad niet eenvoudig zijn om Gods deugden tot hem te laten doordringen. Maar dit is niet het probleem van een geschiedenis-dynamiek, maar de schuld van een dynamische onwil. Hier is niet in de eerste plaats het medicijn van dynamische equivalentie nodig, maar het wonder van bekering van het hart waardoor de mens bereid gemaakt word dingen te horen die hij niet weten wilde.

De theorie van de dynamische equivalentie rekent wel sterk met de ontvangers van het Woord zoals zij zichzelf zien, maar niet met de ontvangers zoals God ze voor ogen heeft.”

“Samenvattend moeten we stellen dat de visie van de dynamische gelijkwaardigheid, zoals die met een beroep op de vleeswording van het Woord, vandaag invloed heeft, fundamenteel verwerpelijk is. Deze visie ontkent ten onrechte dat de bijbel absolute waarheid bevat die daarom ook naar de vorm niet veranderd mag worden. Deze visie vergeet dat Gods openbaring wel communicatie tussen God en mens wil herstellen, maar zelf niet als een onderdeel van een communicatiegebeuren is te beschrijven.

Ook verwart deze theorie de ontvanger van de boodschap met de aangesprokene door de Spreker en zij beperkt de horizon van Gods spreken in de bijbel tot de eeuwen van vroeger. Tenslotte miskent deze theorie de schepping van de mens naar Gods beeld en de eenheid der mensheid in Adam en zo ook in schuld en straf.  Dit alles brengt meed at zij strijdig is met de orthodoxe belijdenis van de eenheid der onveranderende naturen in de Persoon van de Middelaar Jezus Christus.”

“De theorie van de dynamische gelijkwaardigheid leidt tot vertalingen die zich te ver verwijderen van de oorspronkelijke vorm van de boodschap. Zij vraagt ook om steeds meer vertalingen voor uiteenlopende groepen mensen. En zij heeft een aansluiting op bijbelverklaring die er vanuit gaat dat tussen de bijbel en onze tijd een kloof moet worden overbrugd door nieuwe interpretatie.

Onze conclusie moet zijn dat de antwoorden van deze theorie voortvloeien uit vooroordelen inzake God, mens en wereld. De vraag naar de juiste bijbelvertaling(en) moet echter niet vanuit theologische en filosofische vooroordelen beantwoord worden, maar vanuit de eigen aard en het eigen doel van de Schriften.”

2. Dr. Leland Ryken[4]

“The fallacy of thinking that a translation should translate the meaning rather than the words of the original is simple: There is no such a thing as disembodied thought, emancipated from words. Ideas and thoughts depend on words and are expressed by them. When we change the words, we change the meaning.  An expert on Bible translation has expressed the matter thus:

Language is not a mere receptacle. Nor does the Bible translator work with some disembodied ‘message’ or ‘meaning.’ He is struggling to establish correspondences between expressions of the different languages involved. He can only operate with these expressions and not with wordless ideas that he might imagine lie behind them. Translators must not undervalue the complex relationship between form and meaning.

The whole dynamic equivalent project is based on an impossibility and a misconception about the relationship between words and meaning. Someone has accurately said that “the word may be regarded as the body of the thought,” adding that “if the words are taken from us, the exact meaning is of itself lost. “

“It is not my purpose to arbitrate among these translations but simply to make the point that meaning depends on words. When the words differ the meaning differs. T0 claim that we can translate ideas instead of words is an impossibility.”

“Dynamic equivalence shows its weakness partly in the variability that stems from the theory. Proponents of dynamic equivalency need to do more than defend their preferred dynamic equivalent translation. If it is the theory itself that proponents wish to endorse, they need to offer a defense of the variability that stems from their theory, or formulate controls on the wide—ranging renditions that typically characterize the dynamic equivalence tradition. Until they can produce such controls, the far-flung variability that we find in dynamic equivalent translations constitutes a linguistic antinomianism, with every translation committee a law to itself in the sense that once it decides what the meaning of a passage is, the translators are free to express that meaning without attention to the words of the original.

The result is that readers are at the mercy of the particular dynamic equivalent translation they happen to have chosen. Without recourse to what the original said, they have access to only one interpretation. As Ray Van Leeuwen says with his usual good sense, “It is hard to know what the Bible means when we are uncertain about what it says …. The problem with [functional equivalence] translations (i.e., most modern translations) is that they prevent the reader from inferring biblical meaning because they change what the Bible said.” In the example cited above, it is impossible for a reader to assess whether the proposed interpretations that God “protects” and “blesses” the speaker are right or wrong because what the passage says (the imagery of hemming in and , placing a hand over) has been removed from sight. The only reliable curb on the tendency of dynamic equivalence to multiple contradictory interpretations is to render the words of the original and not abandon them for interpretive license in the translation process.”

3. Dr. Wayne Grudem[5]

“Nida wants a Bible in which it is certain that an average reader “is very unlikely to misunderstand it. ” In practice that means a Bible with simple vocabulary, simple, short sentences, and thousands of verses that state the main idea clearly but leave out details and complexities of meaning that are there in the original Greek or Hebrew text. But what if the Bible is not that simple a book, and what if the Bible was not that simple even when its various books were first written? What if many parts of it were difficult to understand even for the original readers?

What if God gave us a Bible that was not easy to understand in every place? What if he gave us a Bible that had layers and depths of meaning that an “average reader” who is a non-Christian will simply not comprehend on first or second reading, and that Christians themselves will only understand after repeated study, reflection, and meditation? What if God gave us a Bible that contains wisdom that is “not a wisdom of this age, or of the rulers of this age,” but is “a secret and hidden wisdom of God, which God decreed before the ages for our glory,” a wisdom that “none of the rulers of this age understood” (1 Cor. 2:6-8, ESV)? Is it then right to simplify or remove everything that we think some average readers will find it difficult?

Nida’s primary emphasis on reader understandability neglects the fact that the Bible has depths and richness of meaning that can never be fully understood by any person in one lifetime. That is because it is the speech not only of men but also of God, and divine authorship is fully operative in every part of it (2 Tim. 3:16; 2 Pet. 1:20-21). Divine wisdom is reflected in every detail of it, and this is a wisdom beyond all of our ability to fully understand or exhaust. Even Peter the apostle admits that there are some things in Paul’s epistles “hard to understand” (2 Pet.3:16), and he recognizes that the Old Testament prophets themselves did not always understand completely the meaning of their own writings as they were guided by the Holy Spirit (1 Pet. 1:10-12). S0 when Nida places such priority on the readers and hearers of Scripture as opposed to placing primary emphasis on faithfullness to the original text of Scripture, he seems to misunderstand the nature of Scripture as the product of the infinite mind of God our Creator.

Our goal should not be just to produce a simplified, easy—to—understand translation that uses only common contemporary forms of speech, that is nearly impossible for anyone to misunderstand, and that leaves out thousands upon thousands of details of meaning that are there in  the text in the original Hebrew and Greek. Our goal rather should be to produce a translation that brings over into English as much of the meaning of the original text as possible within the constraints of good English today. Some parts of such a translation will be clear and easy for almost anyone to understand. Other parts will be more complex and more challenging to contemporary readers, just as they no doubt were to the original recipients of some of Paul’s epistles when they first received and read them as native speakers of Greek. Our final standard of good translation should be faithfulness to the original text, not just easy understandability by- average non—Christian readers.

Our views about the proper goal of a Bible translation should be determined primarily by the teachings of the Bible about its own character and the nature of its words, not by some secular linguistic theories, and not by our estimates of how much or how little an average non-Christian reader will understand.

When dynamic equivalence translations again and again leave out the meaning of words that are there in the original Hebrew and Greek texts, and when they again and again add meanings that have no basis in the words of the original texts, they do not seem to me to be placing adequate emphasis on all the words of Scripture as the very words of God. By contrast, essentially literal translations seek to translate faithfully the contextually understood meanings of every word in the original texts. Therefore it seems to me that belief in the plenary inspiration of Scripture—the idea that all the words of Scripture are the words of God—strongly favors essentially literal translation of the Bible, and seriously calls into question the theory of dynamic equivalence translation.”

In sy resensie van twee van Van Bruggen se boeke (wat vertaal is in Engels), onder die titel “Van Bruggen and Bible Translations – Ignored or Forgotten?”, gee ds. Wes Bredenhof (toe nog teologiese student) die volgende vereistes wat Van Bruggen daar stel vir Bybelvertaling:

“More than anything else in this book, Van Bruggen argues that it is the Church which should be responsible for the preservation of God’s Word. He therefore has a great deal of problems with Bible Societies making translations. He believes that translations should be done by those within the Church and under the auspices of the Church, since it is the Church which has been entrusted with God’s Word to begin with. He quotes the words of A. Noordtzij: “To her (the church) the words of God have been entrusted and they must take care that their members can read and enjoy the Holy Scriptures in the purest possible form…the church must take care that this work is not taken out of her hands.”

Moreover, Van Bruggen notes that most Bible Societies are guided in their scholarship by the principles of dynamic equivalence translation, a method for which he has very little positive regard. Van Bruggen adequately demonstrates for the reader the results of using such a method by comparing translations such as Today’s English Version (TEV), the NIV and others. Van Bruggen states that the NIV is not much better than the TEV in its employment of the dynamic equivalence method.

Van Bruggen also stresses in this book the need for Bible scholarship which is guided by the Holy Spirit. Not only translators, but also those who work with the texts themselves must be true believers (cf. Art.29, B.C.)–they are not handling human documents but the veryWord of God. We must therefore be suspicious when our Biblical texts are being produced by scholarship which is essentially unbelieving.

The final chapter in The Future of the Bible is a plea for a “Church Bible,” “one reliable translation in all churches.”  Van Bruggen argues for a translation which can replace all others as a true “standard.” He emphasizes that such a translation would have to be made by the Church, and not by a Bible society. There are many things left unsaid here. One can only assume that Van Bruggen is arguing for the True Church (cf. Art. 29, B.C.) to work on a new translation in English (since he has confessionally bound himself to that definition of “Church”). One wonders why Van Bruggen’s pleas have gone unheeded and ignored.”

Sien ook hier vir meer inligting oor van Bruggen se boekie oor The Ancient Text of the New Testament


In die lig van bogenoemde kritiek, is dit nie vreemd dat iemand soos prof. S. Du Toit (Totius se seun) destyds, juis van die Nuwe vertalingprojek onttrek het omdat daar nie gebly is by die riglyn van ‘geen parafrase’ nie. Sy woorde was dat ons “ ‘n vertaling, nie verklaring nie”, nodig het.

Die NAV het dus nie net moeilike sinne makliker probeer stel, of ‘outydse Afrikaans’ vervang met meer moderne Afrikaans nie, wat almal behoort te verwelkom. Nee, as van Bruggen reg is, het die DEV ‘n ander vertaalfilosofie, en ander (wêreldse?) lewensbeskouing oor God, mens en wêreld gebring, wat nie in lyn met die Skrif en belydenis is nie.

As ‘n mens dit besef, dan is dit ook geen vreemde verskynsel dat daar soveel verdeeldheid oor leersake in die huidige GKSA geledere is nie (veral vanaf … 1983?), en dat die ywer en poging om leerstukke te aanvaar wat mekaar duidelik weerspreek en teenstrydig is (bv. die vrou mag in die ampte, maar sy mag ook nie, en altwee is reg!; Ps.110 is Messiaans en nie Messiaans nie, en almal is reg; ens.), die produk is van ‘n vertaalfilosofie wat “multiple contradictory interpretations” (Ryken se woorde hierbo) toelaat aangaande die Skrif.

Dat die OAV se taal en sinskonstruksie opgedateer kan word kan verwelkom word, maar huidiglik bied die NAV nie die oplossing nie, en kan ‘makliker Afrikaans’ nie opmaak vir leerstellige en Skrifbeskoulike probleme nie.

Sien hier meer oor die leerstellige en konfessionele probleme met die NAV:

https://proregno.wordpress.com/category/vertalings/

https://proregno.wordpress.com/category/nuwe-vertaling/

Wat die komende die “2016 vertaling” betref, lyk dinge ook nie te goed nie. Sien die volgende artikel: Die 2016-vertaling, ‘n enkele paar kritiese opmerkings, hier.

Hopelik sal daar iewers in die toekoms weer ‘bekwame manne wat God vrees’ (Ex.18:21) gegee word, om die OAV se taal en sinskonstrukies op te dateer, tot heil van sy Afrikaanse kerke en tot lof van sy Naam.

[1] E.A. Nida & C. Taber (Leiden and Boston: Brill, 2003, 1969), p.1,23,24.

[2] Jan van der Walt (red.), In ons eie taal – Die waarde en gebruik van die 1933/53 en 1983 Afrikaanse vertaling van die Bybel (Potchefstroom: Departement Diakonologie, 1986), p.1,2.

[3] De Toekomst van de bijbelvertaling (Amsterdam: Ton Bolland, 1976), p.64-75. Dr. van Bruggen is emeritus professor in Nuwe Testament, Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, Nederland.

[4] The Word of God in English: Criteria for Excellence in Bible Translation (Wheaton, Illinois: Crossway, 2002), p.80-85. Wikipedia: Leland Ryken, is a professor of English at Wheaton College in Wheaton, Illinois. [1] He has contributed a number of works to the study of classic literature from the Christian perspective,[2] including editing the comprehensive volume on Christian writing on literature The Christian Imagination. He was the literary stylist for the English Standard Version of the Bible, published by Crossway Bibles in 2001. He is the author of How to Read the Bible as Literature and Words of Delight: A Literary Introduction to the Bible, as well as co-editor of Ryken’s Bible Handbook and the ESV Literary Study Bible (with his son, Philip Ryken).[3] He was the literary content contributor to the ESV Study Bible,[4] released in 2008.

[5] Are Only Some Words of Scripture Breathed Out by God? – Why Plenary Inspiration Favors ‘Essentially Literal’ Bible Translation (in: Translating Truth: The Case for Essentially Literal Bible Translation [ed: Wayne Grudem, Wheaton, Ill: Crossway Books, 2005),p.54-56. Dr. Grudem became Research Professor of Theology and Biblical Studies at Phoenix Seminary in 2001 after teaching at Trinity Evangelical Divinity School for 20 years. He has served as the President of the Council on Biblical Manhood and Womanhood, as President of the Evangelical Theological Society (1999), and as a member of the Translation Oversight Committee for the English Standard Version of the Bible. He also served as the General Editor for the ESV Study Bible (Crossway Bibles, 2008).


Responses

  1. Deeglike en insiggewende opsomming van Nida se nalatenskap. Dankie

  2. Dankie Slabbert.

    Ek stem saam dat dinge vir die 2016 vertaling ook nie goed lyk nie. Veral nie as ek die nuutste Saaier bestudeer nie – die kwartaalblad van die Bybelgenootskap.

    Op bl 10 bv word daar berig van ‘n interkerklike diens op Witbank. Die diens het plaas gevind in die ‘Christ the King’ Katolieke katedraal. Die diens is gelei deur dr Francois Sieberhagen van die Bybelgenootskap.

    Vir my is die Bybelgenootskap met hulle samewerking met Rome besig met die Babilonisering van Gods Woord. Dit terwyl ons Here sê: “Gaan uit haar uit, my volk, sodat julle nie gemeenskap met haar sondes mag hê en van haar plae ontvang nie.” (Openb 18:4).

    Mag die HERE gee dat daar weer ‘n kerk kom wat haar HERE se woord uit liefde vir Hom en in antitese met die wêreld vertaal.

  3. Ek kan die boek “Traditional Logic” deur Marting Cothran baie sterk aanbeveel. Dis ‘n inleiding tot tradisionele logika, en dit begin met ‘n baie goeie inleiding oor konsepte en terme. As mense verstaan wat konsepte en terme is, dan sal jy die artikel van Ryken beter kan verstaan, as hy praat van “form” en “meaning”.

    Hierdie boek is ‘n kursus wat mens as gesin saam kan deurwerk, en dit sal die volgende generasie opskerp teen die irrasionaliteit van die moderne teoloe.

  4. Slabbert, dankie vir ‘n artikel wat albei kante van die saak toelig.

    Ek is net bang dat ons die baba saam met die badwater uitgooi. Wat maak mens met begrippe soos ‘n “maansieke”? Ons verwys net spottend na iemand wat met die maan gepla is, maar die gewone mens het geen begrip van wat regtig met die “maansieke” verkeerd was nie. En die Griekse woord “angellos” word vertaal as “engel”, maar Openbaring se briewe is tog seker nie aan ‘n “hemelse wese wat daagliks voor God verskyn” geskryf nie!

    Van groter belang en wat die meer ingrypende verskille verklaar is die feit dat met die 1983 en ook die 2016 vertalings afgewyk is van die Rooms Katoliek beïnvloede Textus Receptus vir die Nuwe Testament. Daarvoor moet ons begrip hê en God regtig dank dat ons vertalers worstel om die oorspronklike bewoording van die Woord van God vas te stel, en nie maar Desiderius Erasmus se haastig saamgeflansde teks langer te aanvaar as basis vir die Nuwe Testament nie!

    Ek hanteer die ware feite wat die verskille tussen die OAV en die NAV veroorsaak eerlik by http://www.bybelverskille.wordpress.com
    Ek verwelkom graag jou insette en kommentaar daarop.

    Seën

    Herman

  5. Beste Herman, dankie vir jou opmerkings. My eie standpunt soos omtrent alle gereformeerde OAV voorstaanders waarvan ek weet, is wel dat van die ouer OAV woorde/frases/terme vervang kan word, solank dit beter en nader aan die grondteks is, en nie bloot omdat ons geslag nie meer die ‘teologiese woordeskat’ verstaan nie (dit moet hul van jongs af geleer word, soos enige iets ‘moeilik … maar waar’ aangeleer moet word, bv. wiskunde, taal, fietsry, ens).

    Die twee grondliggende probleme is egter a)tekstradisies en b) vertaalmetode, soos jy seker weet.

    Ek sal sodra ek meer tyd het, gaan kyk na jou artikel en my mening gee, indien nodig. Nou gaan dit bietjie dol met die sinode sitting. Groete, S.

    ns. net een vinnige opmerking – een verskil wat ek opmerk tussen ons, is dat jy meen ‘ons’ moet die ‘oorspronklike bewoording van die Woord van God vasstel’. Ek wil nie veralgemeen nie, maar ek vra of daardie poging nie dalk ‘n produk is van evolusionistiese denke nie, d.w.s. dat ons dalk ‘eendag’ sover gaan kom om die ‘oorspronklike bewoording’ te hê.

    Ek is van mening, of beter gestel, ek bely van harte dat ons die Woord ontvang het en die Woord is bewaar deur die Here in sy voorsienigheid. As die reformatore nie die Woord van God reeds gehad het in die 16de eeu nie, dan moet ons bv art.4 NGB skrap en bring dit ook twyfel of ons enigsins vandag sy Woord het … aangesien dit – as ek jou reg verstaan – ‘nog vasgestel moet word’? Sien my artikel: “God se voorsienigheid, die kanon en die grondteks”, hier:

    http://bit.ly/y7v3aT

  6. Goeiedag,

    ek voeg my by Slabbert se uiteensetting.

    Enkele verdere opmerkings:

    Die Bybel is die Woord van God. Die enigste suiwer wyse van vertaling is waar die Spreker in die sentrum staan. Reseptorsentriese vertaling is menssentries, en daarom van die begin af nie ‘n suiwer vertaalmetode nie.
    (Hierdie besef het vir my rus gebring na ek in my jong dae berge leeswerk gedoen het oor hoekom die 1983 vertaling goed/verkeerd is – en kon ek op daardie oomblik die boeke toemaak oor die saak)

    Om aan te sluit by Slabbert se ‘teologiese woordeskat’ – eerder ‘vaktaal van die gelowige’. Ons studeer (en word ook onderrig) vandat ons klein is om eendag ‘n beroep te kan beoefen. Maar hoeveel moeite word werklik gedoen om kinders te onderrig en te laat studeer om eendag as voorgangers in die Bruidskerk te mag arbei. Manne as besonderlik as ouderlinge en diakens, vroue as opvoeders van die volgende geslag in die Verbond. Hiermee gaan saam die inskerping van die VAKTAAL van die gelowige – vra maar die gemiddelde ouer wat ‘heilig’,’goedertieren’,’salig’ beteken.

    Wat gaan die meeste vrug dra: Om gelowiges te onderrig in die vaktaal benodig om ‘n Bybelvertaling met meer vrug te kan lees, of om ‘n nuwe “dumbed down” vertaling te skep sonder vaktaal?

    Wat die grondteks betref: Die vrug van die grondteks vir bv die King James vertaling asook die Staatenvertaling is helder sigbaar. Waarom met allerlei menslike geleerdheid die vrug tot minder goed probeer verklaar? Die tekskritiese argumente kom dikwels vir my na vore as eerder van kyk hoe groot ek as mens is.

    Groete
    Nico


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Categories

%d bloggers like this: